De invloed van suggestieve vraagstelling
“Ik heb het met mijn eigen ogen gezien!”
Die zin klinkt overtuigend. Voor veel mensen is waarneming gelijk aan waarheid. Zien is geloven. Toch is dat uitgangspunt minder stevig dan het lijkt. In onderzoek is wat iemand zegt te hebben gezien, niet automatisch hetzelfde als wat er feitelijk is gebeurd.
Al in de jaren zeventig is aangetoond dat herinneringen geen vaste registraties zijn, maar reconstructies. En dat de manier waarop een vraag wordt gesteld, invloed heeft op wat iemand zich herinnert.
Niet omdat iemand liegt. Maar omdat taal richting geeft.
Herinnering is geen opname
Onderzoek laat zien dat antwoorden mede worden gevormd door de formulering van de vraag. Zelfs kleine taalkundige verschillen kunnen systematisch effect hebben op wat iemand terughaalt uit het geheugen.
Het gaat soms om één woord. Maar dat ene woord kan het verschil maken.
Eén gebeurtenis, twee vragen
In een klassiek experiment kregen studenten een filmfragment te zien van een auto-ongeluk. Daarna volgde een vraag over de snelheid van de auto’s. De inhoud was gelijk. De formulering niet.
De ene groep kreeg de vraag:
“Hoe hard reden de auto’s toen ze tegen elkaar knalden?”
De andere groep:
“Hoe hard reden de auto’s toen ze elkaar raakten?”
Het resultaat was opvallend. Studenten die het woord knalden hoorden, schatten de snelheid gemiddeld aanzienlijk hoger dan studenten die het woord raakten kregen voorgelegd.
De gebeurtenis was identiek. De herinnering bleek dat niet.
Wat staat hier op het spel?
Het raakt de kern van zorgvuldig onderzoek. Neem een onderzoek naar grensoverschrijdend gedrag. Een vraag als “Heb jij met hem gedanst?” legt het accent op het handelen van de meldster.
Een vraag als “Heeft hij met jou gedanst?” verlegt dat accent naar het handelen van de ander.
Feitelijk verwijzen beide vragen naar dezelfde situatie. Taalkundig sturen ze het antwoord een andere richting op. Het verschil zit niet in intentie, maar in effect. En juist dat effect is bepalend voor de kwaliteit van een onderzoek.
De risico’s daarvan zijn concreet en herkenbaar
- Besluiten op wankele basis: maatregelen worden genomen op verklaringen die al zijn gestuurd door de vraagstelling.
- Juridische kwetsbaarheid: bij bezwaar of een procedure blijkt het onderzoek onvoldoende zorgvuldig en niet bruikbaar.
- Verlies van vertrouwen: medewerkers ervaren het onderzoek als niet echt neutraal.
- Escalatie in plaats van rust: het onderzoek zorgt voor meer spanning in plaats van duidelijkheid.
- Reputatie- en cultuurimpact: medewerkers melden minder en voelen zich minder veilig.
Zorgvuldigheid als onderzoeksdiscipline
Dit benadrukt waarom neutrale vraagstelling geen formaliteit is, maar een professionele noodzaak. Suggestieve vragen kunnen verklaringen kleuren. En daarmee interpretatie, duiding en uiteindelijk besluitvorming beïnvloeden. Niet door manipulatie. Maar door onbedoelde framing.
In de praktijk betekent dit dat een onderzoek kwetsbaar wordt op het moment dat taal ongemerkt richting geeft aan de uitkomst. Niet omdat iemand dat wil, maar omdat het methodologisch onvoldoende is erkend.
Tot slot
Een zorgvuldig onderzoek vraagt daarom om voortdurende aandacht voor taal: voor wat een vraag oproept, en voor wat deze mogelijk al invult. Het vraagt meer dan goede bedoelingen. Het vraagt discipline en voor taal, framing en impliciete aannames. Niet om verklaringen te sturen, maar om te voorkomen dat deze ongemerkt worden gevormd.
De vraag is dan ook niet of een onderzoek netjes is uitgevoerd, maar of de vraagstelling zó is ingericht dat zij de uitkomst niet beïnvloedt. Want zodra taal de herinnering stuurt, wordt niet langer de waarheid onderzocht, maar het frame.